A sample site
The amazing payoff goes here

Discriminatiegronden

Het kenmerk waarop iemand gediscrimineerd wordt noemen we een discriminatiegrond. In de wet worden de volgende discriminatiegronden uitdrukkelijk genoemd.

Word je onterecht ongelijk behandeld en heeft dat te maken met een van die gronden, dan kun je een beroep doen op de wet. Over elk van deze discriminatiegronden kun je hieronder voorbeelden vinden.

Leeftijd

In Nederland mag je leeftijd geen reden zijn om ongelijk behandeld te worden bij het zoeken naar of hebben van werk of bij het volgen van beroepsonderwijs. In deze situaties kan bijvoorbeeld sprake zijn van discriminatie op grond van leeftijd:

> Een bedrijf zoekt voor een vacature een 'pas afgestudeerde'.
> Iemand wordt afgewezen voor een functie omdat hij te oud is.
> Een vrijwilligersorganisatie beëindigt het vrijwilligerscontract van een vrijwilliger omdat deze tachtig jaar is geworden.

Seksuele gerichtheid

In Nederland mag je niet ongelijk worden behandeld vanwege je seksuele gerichtheid. Het feit dat je hetero-, homo- of biseksueel bent, mag geen reden zijn voor onderscheid. In deze situaties kan bijvoorbeeld sprake zijn van discriminatie op grond van seksuele gerichtheid:

> Een vrouw wordt op straat uitgescholden en bedreigd omdat zij lesbisch is.
> Een werkgever verleent een lesbisch paar geen verlof voor hun huwelijk.
> Een homostel wordt niet toegelaten op de camping omdat het een familiecamping is.

Godsdienst en levensovertuiging

In Nederland ben je vrij om te geloven wat je wilt. Of om geen geloof te hebben. Het hebben van een bepaald geloof of een bepaalde levensovertuiging mag geen reden zijn om uitgesloten te worden van bijvoorbeeld werk of onderwijs. In deze situaties kan bijvoorbeeld sprake zijn van discriminatie op grond van godsdienst of levensovertuiging:

> Een moslima mag geen hoofddoek dragen op het werk.
> Een joodse scholier kan op zaterdag niet meedoen aan het toelatingsexamen voor een studie en kan daardoor niet met de studie starten.
> Een christelijke werknemer mag zijn kruisje niet zichtbaar dragen.

Ras

In Nederland mag je huidskleur, afkomst, nationale of etnische achtergrond geen reden zijn voor ongelijke behandeling (deze persoonskenmerken vallen onder de term ‘ras’). In deze situaties kan bijvoorbeeld sprake zijn van discriminatie op grond van ras:

> Een allochtone werknemer krijgt op het werk geen kans om promotie te maken omdat autochtone collega's voorrang krijgen.
> Een vrouw kan geen verzekering afsluiten omdat zij Roma is.
> Een man met een Surinaams accent wordt niet aangenomen als receptionist.

Geslacht

In Nederland worden mannen, vrouwen hetzelfde behandeld. De grond ‘geslacht’ beschermt vrouwen en mannen tegen ongelijke behandeling. Discriminatie vanwege zwangerschap valt ook onder discriminatie op grond van geslacht, evenals discriminatie van transgenders en mensen die niet of niet helemaal bij het ene of het andere geslacht horen (mensen met een intersekse conditie).
In deze situaties kan bijvoorbeeld sprake zijn van discriminatie op grond van geslacht:

> Het arbeidscontract van een werkneemster wordt niet verlengd omdat zij zwanger is.
> In de krant verschijnt een vacature waarin specifiek wordt gezocht naar een mannelijke of vrouwelijke werknemer.
> Een werkneemster heeft een aanzienlijk lager salaris dan een mannelijke collega die hetzelfde werk verricht.

Nationaliteit

In Nederland mag je niet ongelijk worden behandeld vanwege de nationaliteit die in je paspoort staat. Ook je zogeheten status (soort verblijfsvergunning) valt onder de grond nationaliteit. In deze situaties kan bijvoorbeeld sprake zijn van discriminatie op grond van nationaliteit:

> Een buitenlandse seizoenswerker verdient minder dan zijn Nederlandse collega's die hetzelfde werk doen.
> Een autoverhuurbedrijf weigert een Duitse man een auto te verhuren wegens zijn niet-Nederlandse nationaliteit.
> Een werkgever wijst een sollicitant af omdat deze een niet-Nederlandse nationaliteit heeft.

Handicap of chronische ziekte

In Nederland mag je geen nadeel ondervinden van je handicap of chronische ziekte bij, onder meer, het zoeken naar of hebben van werk, bij het volgen van onderwijs, bij huisvesting, het uitgaan of in het openbaar vervoer. In deze situaties kan bijvoorbeeld sprake zijn van discriminatie op grond van handicap of chronische ziekte:

> Een uitzendorganisatie weigert een intakegesprek met een dove man vanwege zijn handicap.
> Een werkgever weigert een sollicitant aan te nemen omdat deze een arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft.
> Een horecagelegenheid wil geen mensen in rolstoelen in de zaak.

Politieke overtuiging

In Nederland mag je politieke overtuiging geen reden zijn voor ongelijke behandeling op het gebied van werk, onderwijs en het afnemen van goederen en diensten. In deze situaties kan bijvoorbeeld sprake zijn van discriminatie op grond van politieke overtuiging:

> Een werkneemster wordt ontslagen vanwege haar mening in een politieke discussie, die anders was dan die van haar werkgever.
> Een politieke partij kan geen rekening openen bij een bank omdat de bank de activiteiten van de partij beschouwt als maatschappelijk niet aanvaardbaar.

Burgerlijke staat

In Nederland mag je burgerlijke staat geen reden zijn voor ongelijke behandeling. Onder burgerlijke staat en leefsituatie valt gehuwd of ongehuwd zijn, een samenlevingscontract of geregistreerd partnerschap hebben, gescheiden zijn, wettig of onwettig kind zijn en alleenstaand zijn. In deze situaties kan bijvoorbeeld sprake zijn van discriminatie op grond van burgerlijke staat:

> Een werkneemster krijgt van haar werkgever geen extra verlofdagen voor het aangaan van een geregistreerd partnerschap, terwijl collega’s die gaan trouwen wel extra verlofdagen krijgen.
> Alleenstaanden betalen een hogere lidmaatschapscontributie dan (echt)paren per persoon zijn verschuldigd.
> Twee studenten mogen hun theologieopleiding niet voortzetten omdat zij ongehuwd samenwonen.

Soort contract (vast of tijdelijk)

In Nederland mag het feit dat je een vast of tijdelijk contract hebt, geen reden zijn voor ongelijke behandeling op het gebied van arbeidsvoorwaarden. In deze situaties kan bijvoorbeeld sprake zijn van discriminatie op grond van het soort contract:

> Een werknemer met een tijdelijk contract wordt uitgesloten van senioren- en afbouwregelingen, pensioenregelingen en vakantieregelingen.
> Een werknemer met een tijdelijk contract krijgt geen dertiende maand uitgekeerd, in tegenstelling tot collega's met een vaste aanstelling.
> Een tijdelijke werknemer krijgt niet de jaarlijkse loonsverhoging toegekend.

Arbeidsduur (fulltime of parttime werk)

In Nederland mag het feit dat je een parttime of fulltime dienstverband hebt, geen reden zijn voor ongelijke behandeling op het gebied van arbeidsvoorwaarden en beloning. In deze situaties kan bijvoorbeeld sprake zijn van discriminatie op grond van arbeidsduur:

> Bij een bedrijf komen alleen werknemers die meer dan 32 uur per week werken in aanmerking voor de seniorenregeling, waarbij zij vanaf een bepaalde leeftijd minder mogen gaan werken met behoud van loon.
> Een parttimer moet meer dienstjaren werken om voor dezelfde, automatische loonsverhoging in aanmerking te komen als een fulltimer.
> Een parttimer ontvangt een lager uurloon dan zijn fulltime-collega die dezelfde werkzaamheden verricht.

Written by Admin on Tuesday August 18, 2015
Permalink -

« Is het maken van onderscheid altijd discriminatie? - Discriminatie in de wet »